5e Nationale RehabilitatieCongres

17 april 2013 | Jaarbeurs, Utrecht

Deelsessies

Op deze pagina treft u een overzicht van de deelsessies.

RONDE 1

1) Symposium: 'Het psychiatrisch stigma en wat je daartegen kunt doen. Nederlandse onderzoeksbevindingen in internationaal perspectief'
Leden van de Werkgroep Stigma-onderzoekers van Kenniscentrum Phrenos. Voorzitter: prof. dr. Jaap van Weeghel, Kenniscentrum Phrenos, Dijk en Duin en Tilburg University
 
Een psychische aandoening is nog steeds een tweesnijdend zwaard: zij die eraan lijden hebben behalve met hun aandoening ook met het psychiatrisch stigma te kampen.
Een stigma is in de sociologie een merkteken dat personen onderscheidt van anderen (zoals in psychiatrische behandeling zijn) en dat hen aan onwenselijke eigenschappen koppelt (gevaarlijk, onbetrouwbaar), waarna zij door anderen worden afgewezen of benadeeld (discriminatie). Het psychiatrisch stigma is voor mensen met ernstige psychische aandoeningen een dagelijkse bron van zorg en een belangrijke barrière voor hun persoonlijk en maatschappelijk herstel.
Sinds enkele jaren staan stigmatisering en stigmabestrijding volop in de belangstelling bij cliënten en hulpverleners in de Nederlandse GGz. Ook begint het onderzoek naar stigmabestrijding op gang te komen.
In het symposium presenteren we de bevindingen van enige recent afgeronde dan wel nog lopende onderzoeken naar het stigma(bestrijding) in Nederland. Enkele daarvan betreffen Nederlandse deelstudies binnen grootschalige onderzoeken in een groot aantal landen.
Eerst komen enige studies naar de aard en omvang van de problematiek aan de orde. Daarna worden onderzoeksbevindingen over effectieve of veelbelovende antistigma interventies gepresenteerd. De serie korte onderzoekspresentaties wordt gevolgd door vragen en discussie.
De presentaties worden gegeven door enige leden van de landelijke Werkgroep Stigmaonderzoekers, die sinds 2012 onder de vlag van Kenniscentrum Phrenos opereert.

Problemen
  • Discriminatie van mensen met schizofrenie en mensen met een depressie; de INDIGO en ASPEN studies (Jenny Boumans MSc, Trimbos-instituut en Jaap van Weeghel)
  • Stigmatisering bij verslaving (Leonie van Boekel MSc, Tilburg University)
  • Stigmatisering in de woonwijk (Tessa Verrijp MD, Yulius)

Oplossingen:
  • Groepsprogramma voor weerbaarheid tegen stigmatisering bij mensen met psychosen (Catherine van Zelst MSc, Maastricht University)
  • Wat werkt bij het bestrijden van het publieke stigma? Antistigma programma's in mondiaal perspectief; eerste resultaten van het D-STIGMI-onderzoek
(Kim Helmus MSc, Jenny Boumans MSc, Jaap van Weeghel)
 
2) Symposium: 'Zelfregulatie: het zelf bepalen en het bepalen van jezelf als voorwaarden voor herstel'
Jaap van der Stel, lector GGz, Hogeschool Leiden en Irene van de Giessen, ervaringsdeskundige
 
In de GGz wordt tegenwoordig uitgegaan van een brede visie op herstel:
klinisch, functioneel, maatschappelijk én persoonlijk herstel. Het persoonlijke herstel is in onze visie ± de motor van de andere vormen van herstel, al is er altijd sprake van een tweerichting-verkeer.
Op de keper beschouwd weten we in de GGz veel meer over ons 'eigen' handelen,
het gedrag van de werkers, dan over dat van de cliënten.
Over hoe en waarom cliënten zich gedragen als ze doen, en hoe zij hun gedrag (zelf) (kunnen) veranderen, weten we minder. Wat we weten is vaak nogal oppervlakkig, clichématig of gebaseerd op verouderde theorieën.
In opleidingen gaat het nog in hoofdzaak over handelingsstrategieën en 'toolboxen'.
Dat reflecteert dat we het gedrag van de professional 'belangrijker' vinden, al belijden we met de mond het omgekeerde.
In het symposium willen we de zaak omkeren en herstel bespreken vanuit het perspectief van de cliënt en verduidelijken wat zelfregulatie is, hoe het ontstaat, waardoor het wordt gefrustreerd en - pas op het laatst - hoe vanuit de omgeving de ontwikkeling van zelfregulatie kan worden ondersteund.
Naast zelfregulatie wordt aandacht besteed aan identiteit, motivatie en de ontwikkeling van de 'executieve functies'.

Programma:
  • Presentatie Jaap van der Stel: de betekenis van zelfregulatie voor herstel.
  • Presentatie Irene van de Giessen: zelfregulatie vanuit het perspectief van een ervaringsdeskundige.
  • Discussie.
 
3) Symposium: 'Verbreding Ervaringsdeskundigheid'
Christ Wesenbeek, Roland van den Nieuwenhuijzen, Chantal Schiks, Toon Walravens, Ivy Veira en Margreet Diks van Heumen,Transitieprogramma,GGz Eindhoven
 
In de regio Eindhoven is de afgelopen jaren veel ingezet op de ontwikkeling van Ervaringsdeskundigheid. De visie, methodieken, functieomschrijvingen, competenties, opleidingen, personeelsbezetting, bevoegdheden, arbeidsleertrajecten etc. zijn aangescherpt. Nu is het zaak deze resultaten te verankeren in een samenwerkingsverband voor de regio Zuid-Nederland: een Academie in oprichting en ontwikkeling.
Initiatieven vanuit ervaringsdeskundigen doen hieraan mee, ook werkgevers, onderwijs en gemeenten. Er zijn ook nog vragen voor de toekomst, zoals: verbreding doelgroep, verbreding werkveld, behoefte ervaringsdeskundigheid op de arbeidsmarkt, regie en aansturing.
Presentatie van de stand van zaken van de Academie i.o.
Voorbeelden ter bespreking uit de praktijk.
Vragen van deelnemers aan de workshop
Discussie aan de hand van thema's

4) Symposium: 'Van verblijf naar herstel'
' Schets van een afdeling in ontwikkeling' Marian Dethmers, psychiater;
'Psychologische behandelingen: mogelijkheden en onmogelijkheden', Kees Rietberg, klinisch psycholoog;
'Innovatieve behandelingen en onderzoek,' Lisette van der Meer, senior onderzoeker;
'Ontwikkelingen vanuit verpleegkundig perspectief' en Bas Polman, verpleegkundige, afdeling Langdurige Rehabilitatie Zuidlaren Lentis
 
De afgelopen jaren heeft de herstelbenadering in de zorg voor patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening steeds meer aan terrein gewonnen. Echter op langdurige woonafdelingen is deze herstelbenadering nog niet zo vanzelfsprekend. In deze serie presentaties zullen we de ontwikkeling beschrijven van een afdeling voor langdurig verblijf naar een afdeling gericht op verblijf, behandeling, rehabilitatie en herstel. 
De afdeling Langdurige Rehabilitatie Zuidlaren (LRZ) was van oudsher een afdeling gericht op langdurig verblijf van mensen met ernstige psychische beperkingen en beperkte copingstrategieën, meestal ten gevolge van chronisch psychotische stoornissen. Wegens het onvermogen te herstellen zijn deze mensen uiteindelijk, na vele opnames binnen psychiatrische klinieken en vormen van beschermd wonen, terecht gekomen binnen het voormalig Wonen van Dennenoord. Vele van de bewoners wonen al jaren op het terrein. In de afgelopen jaren heeft de afdeling zich ontwikkeld van een afdeling voor langdurig verblijf tot een afdeling waar veel aandacht wordt besteed aan behandeling, rehabilitatie en herstel. De begeleiding van de patiënten is steeds meer verschoven van groepsbegeleiding naar individuele en intensieve begeleiding, waardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan voor behandelingen gericht op herstel. Een belangrijk onderdeel van het behandelaanbod vormt de activiteitenbegeleiding. De veranderingen op de afdeling hebben geleid tot een meer dan vertienvoudiging van de deelname aan dagbestedingsactiviteiten. De ambitie om optimale zorg te leveren op het gebied van wonen met behandeling, rehabilitatie en herstel van patiënten met een ernstig psychiatrische stoornis en kennis hieromtrent te delen, heeft geleid tot het oprichten van een expertisecentrum voor langdurige rehabilitatie en herstel. Als zodanig kan de afdeling worden geconsulteerd door andere afdelingen met een vergelijkbare doelgroep.

Naast het aanbieden van behandelingen die reeds worden aanbevolen in de Multidisciplinaire Richtlijn voor Schizofrenie, wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van bestaande behandelingen bij onze doelgroep, die reeds effectief bleken bij minder ernstig zieke patiënten. Daarnaast worden nieuwe experimentele behandelingen geïmplementeerd en onderzocht op effectiviteit van de behandeling en op kosteneffectiviteit. Ook wordt door middel van wetenschappelijk onderzoek de psychische en somatische ontwikkeling van de patiëntenpopulatie gedetailleerd in kaart gebracht (o.a. ROM). Met deze kennis kunnen de beste interventiestrategieën ingezet worden voor een optimale behandeling.
In een viertal presentaties zullen wij de ontwikkeling van de afdeling van alleen verblijf naar verblijf met behandeling, rehabilitatie en herstel beschrijven.
Marian Dethmers, inhoudelijk manager en psychiater, zal de patiëntenpopulatie en hun problematiek schetsen. Zij zal presenteren welke stappen nodig waren om tot de afdeling in zijn huidige vorm te komen, welke problemen in dit proces zijn ondervonden en hoe hiermee is omgegaan.
Kees Rietberg, klinisch psycholoog, zal de mogelijkheden voor  gedragstherapeutische behandelingen van de doelgroep presenteren.
Lisette van der Meer, senior-onderzoeker, zal een overzicht geven van de experimentele interventies en de onderzoeken die lopen op de afdeling. Ook zal zij kort ingaan op de voorlopige resultaten van deze experimentele interventies.
Ten slotte zal Bas Polman, verpleegkundige vanuit het verpleegkundig perspectief de veranderingen en ontwikkeling van de afdeling presenteren.
 
5) Workshop: 'Herstelondersteunend omgaan met psychische aandoeningen'
Dr. Jos Dröes, psychiater n.p. en Marian Klein Bramel, projectmedewerker Bureau Herstel SBWU
 
In de psychiatrie wordt over het algemeen gedacht in termen van ziekten of functiestoornissen. In het kader van herstel en herstelondersteuning wordt eerder gedacht in termen van problematische communicatie met over het algemeen begrijpelijke oorzaken. In de training ‘Herstelondersteunend omgaan met psychische aandoeningen’ leren de deelnemers om het ziektedenken terughoudend te gebruiken door problematisch gedrag eerst te bezien als communicatieprobleem. Wanneer dat niet voldoende handelingsoriëntatie kijkt men ernaar vanuit functieoogpunt en pas als dat ook dat niet voldoende handvatten biedt wordt overgegaan tot het denken in ziektebeelden. In alle gevallen levert het gesprek met de cliënt een leidraad voor het  benoemen van de aandoening en voor het handelen van de hulpverlener. We besteden ook aandacht aan de betekenis van een psychische aandoening voor het herstelproces.
 
In de workshop demonstreren we het hanteren van dit gedachtekader aan de hand van een videofragment en doen we er een gezamenlijke oefening mee.
 
6) Workshop: 'Ouders met psychische problematiek'

A) Kracht voor ouderschap
Drs. P(eter) C. van der Ende, senioronderzoeker en Lectoraat Rehabilitatie, Hanzehogeschool Groningen en een ervaringsdeskundige
 
Doel: Hoe ervaren ouders met psychische aandoeningen hun ouderschap en wat is de invloed van hun beperkingen op ouderschap? Welke veranderingen in de ouderrol willen zij bereiken en welke steun willen zij hiervoor?
Achtergrond: Ongeveer de helft van de mensen met psychische aandoeningen heeft kinderen. Een deel van hen zet zelf stappen voor persoonlijk herstel van de ouderrol, die naar de achtergrond is verdwenen in de periode van psychische aandoeningen. Een ander deel wil hiervoor steun. Dit geldt niet alleen in de periode waarin de psychische problemen zijn verdwenen, maar ook als de problemen nog aanwezig zijn of terugkerend.
Methoden: Er is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Er zijn 31 diepte-interviews gehouden om de ervaringen van de ouders in kaart te brengen. Deze interviews zijn via de computer geanalyseerd.
Resultaten: Over het algemeen gaf de geboorte van een kind een positieve impuls aan de ouders. Ouderschap is motiverend voor de structuur, de betekenis en het persoonlijk herstel. Aan de andere kant vertraagt stigmatisering door familie, vrienden, buren of collega’s en andere relaties, de vorderingen op de weg naar oplossingen.
Conclusie: De groep ouders met ernstige psychische aandoeningen is kwetsbaar en heeft extra aandacht nodig. De kwetsbaarheid van deze ouders bestaat uit beperkte energie, structuur, contacten en levenslust. Dit komt tot uiting in onder meer recreatie, grenzen stellen, en het organiseren van activiteiten voor de kinderen. Toch konden deze ouders genoeg kracht voor hun ouderschap vinden.
Discussie: Hulpverleners zouden zich, in toenemende mate, ook op de omgeving van de cliënt moeten richten. Daarbij gaat het om de interactie tussen de cliënt en zijn omgeving. Als de cliënt kinderen heeft, vormen deze vermoedelijk het belangrijkste deel van de omgeving. Dit vereist van de hulpverleners niet alleen aandacht voor de kinderen maar ook voor het ouderschap van de cliënt.
 
Dit project is uitgewerkt door: P.C. van der Ende, J. van Weeghel, J.T. van Busschbach en E.L. Korevaar. Het Fonds Psychische Gezondheid heeft hiervoor een subsidie verleend.
 
De presentatie door eerst een ervaringsdeskundige en daarna door de onderzoeker wordt gevolgd door een discussie over ouderschap van mensen met psychische aandoeningen.
 
B) 'Jong en ouder', begeleiding van jonge moeders
Marriëtte Rutjes en Hendriët Borneman, Kwintes
 
Jonge moeders zijn een kwetsbare groep, ze staan midden in hun eigen ontwikkeling naar volwassenheid, de acceptatie van en omgang met eigen kwetsbaarheden en het hebben van de verantwoordelijkheid voor een kind. Kwintes biedt opvang, beschermd wonen en begeleiding aan deze groep. Dit doet zij in nauwe samenwerking met jeugdzorg en jeugdzorg-aanbieders. Deze samenwerking is de kern van het succes.
Aan de hand van een korte film, waarin de samenwerking wordt toegelicht, zullen de deelnemers op interactieve wijze worden meegenomen in alle aspecten die van belang zijn in het bieden van een veilige omgeving voor deze kwetsbare gezinnen. Hierbij staan attitude en professionele deskundigheid, lotgenotencontact, samenwerking met jeugdzorg en de omgeving en het inventariseren van mogelijkheden en kracht centraal.
 
7) Workshop: 'Samenwerken in het kader van de Wmo'
Jolanda A. Kroes, MRc Lectoraat Rehabilitatie Hanzehogeschool Groningen
 
In de workshop wordt stilgestaan bij de uitkomsten van één van de onderzoeken uitgevoerd door de Wmo-werkplaats Groningen/Drenthe. De noordelijke werkplaats is aangehaakt bij het Lectoraat Rehabilitatie van de Hanzehogeschool. Het Lectoraat Rehabilitatie, STAMM CMO, een aantal gemeenten en instellingen werkten in deze werkplaats samen.
Eén van de prestatievelden van de Wmo is: ‘het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten’. Zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, het kunnen meedoen in de samenleving is de belangrijkste factor om de kwaliteit van leven te verbeteren. Er worden kwaliteitseisen gesteld aan de professionals zodat zorg- en dienstverlening zo is ingericht dat alle burgers kwalitatief volwaardig kunnen participeren in de samenleving (Movisie, 2010). Organisaties kunnen het zich niet meer veroorloven intern gericht te zijn, samenwerking met andere instellingen is een logisch gevolg van de doelstelling van de Wmo.
In de workshop wordt gestart met een korte inleiding over de Wmo werkplaats Groningen/Drenthe. Vervolgens worden de uitkomsten van het onderzoek “Kansrijk samenwerken en leven in de gemeente Tynaarlo” gepresenteerd. Een groot gedeelte van de tijd wordt aan de hand van de Handreiking Professioneel Ondersteunen van Movisie een aantal kwaliteitskenmerken (resultaatgericht ondersteunen en integraal benaderen) onderzocht. Centraal hierin staat de samenwerking met de burger, mantelzorger, vrijwilliger en andere organisaties.
Aan de hand van een kaartenspel worden korte analyses gemaakt (in kleine groepen) waarbij de vraag:"in hoeverre de eigen organisatie Wmo proof is". besproken wordt.
De uitkomsten worden kort nabesproken.
De uitkomsten van de workshop kunnen door de deelnemers besproken worden in de eigen organisatie en daarmee dienen als een vertrekpunt in de bespreking van de betekenis van de Wmo voor de eigen organisatie.   
 
8) Workshop: ‘Variant Housing First bij de eerste psychose’
Drs. Bettina Jacobsen, psychiater, Drs.  Leonie de Kort, unithoofd, Drs. Marguerite Elfrink, programmaleidster, Monique Hendriks, projectleidster, Pro Persona Nijmegen en Jacques Steegemans, programmamanager sociale innovatie woningbouw gezamenlijke woningbouwverenigingen Nijmegen

Samenwerking tussen de gezamenlijke woningbouwverenigingen Nijmegen
en ACT team eerste psychose

Housing First is het aanbieden van een woning aan een dak- of thuisloze, zonder behandelvoorwaarden vooraf, waarbij door een team wooncoaches worden ingezet om de deelnemer te begeleiden bij het behouden van deze woning.
Bij de eerste psychose komen cliënten het eerst in aanraking met de
psychiatrie. Niet zelden is er een probleem met wonen. Mensen zijn
nog niet zwervend. Studenten komen terug in de stad van hun ouders,
sommigen zijn huizen kwijt geraakt door overlast of het niet betalen van
huur. Adolescenten kunnen op basis van problemen met hun ouders niet thuis
wonen maar willen niet naar de RIBW. En als zij dit wel willen
worden zij geconfronteerd met lange wachttijden. Er is te weinig wachttijd
opgebouwd voor een eigen woning. Ondertussen blijft iedereen gefocust
op de as 1 problematiek en verblijven jonge mensen te lang in de
kliniek met voor hun onvoldoende perspectief. Met de woningbouwverenigingen
Nijmegen zijn afspraken gemaakt om cliënten direct in een eigen
woning te plaatsen zonder bepaling van urgentie op indicatie van het
ACT-team.
 In het vervolg gaan wij als ACT-team multidisciplinair samenwerken
met cliënt, zijn naasten, de zes woningbouwverenigingen en evt. andere
 instanties als schuldhulpverlening. Dit is een sterk middel om
cliënten zich weer op de toekomst te laten richten en weer een normaal leven
aan te gaan. Cliënten worden vrijwillig aan de hulpverlening gebonden in
een stadium waarbij nog weinig sociale rollen verloren zijn gegaan.

Wij vertellen over onze werkwijze, het woningproject en  schetsen de randvoorwaarden aan de hand van casuistiek. In discussie met de deelnemers vindt uitwisseling van mogelijkheden plaats.
 
9) Workshop: ‘Wat betekent herstel in de ouderenzorg?’
Paul Andreoli, gz-psycholoog, Innosearch, Benno Wiegers, SPV, Ouderenpsychiatrie, GGz Friesland
en Gert Jongetjes, ervaringswerker, Mensana
 
Wat kan de herstelbenadering betekenen voor ouderen die al lang in zorg zijn? Maar al te vaak wordt ervan uitgegaan dat deze mensen niet veel meer te wensen hebben.
In de status quo lijkt weinig meer te kunnen veranderen. 
Toch is dit niet terecht. Er zijn (nieuwe) initiatieven die ondersteunen dat mensen onverwachte mogelijkheden ontdekken. Welke competenties en voorwaarden vraagt dit?
De workshop komt voort uit het Platform Rehabilitatie en Ouderen van Kenniscentrum Phrenos. Eerst komt middels videobeelden een cliënt aan het woord over de eigen ondersteuningsbehoefte. Daarop volgt een toelichting op de methodische stappen die in de ondersteuning gezet zijn en hoe die inhoudelijk zijn uitgevoerd: wat heeft de ondersteuner concreet ondernomen. De ervaringswerker zal hierop reflecteren vanuit ervaringsdeskundigheid.  De deelnemers worden uitgenodigd met overwegingen te komen hoe zij zouden aansluiten bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. 
Elk herstelproces is niet alleen uniek vanwege wat elke individuele cliënt nodig heeft om zich in orde te voelen maar ook door hoe de cliënt zijn herstelproces vorm geeft vanuit het leren kennen van de mogelijkheden van - onder meer - de ondersteuner. Het uitwisselen van afwegingen heeft niet tot doel uit te maken wat het beste gedaan had kunnen worden, maar hoe vorm kan worden gegeven aan de wederkerige afstemming tussen cliënt en ondersteuner in een proces waarin de zelfsturing van de cliënt centraal staat.
 
10) Workshop: ‘Begeleid Leren; werk in ontwikkeling’
Franca Hiddink, docent Hanzehogeschool Groningen, Kenniskringlid Lectoraat Rehabilitatie, docent Stichting Rehabilitatie en Annemarie Zijlstra, MSc., Rehabilitatiespecialist Promens Care, Kenniskringlid Lectoraat Rehabilitatie, docent Stichting Rehabilitatie
 
Over jongeren met psychische beperkingen (waaronder autisme) die een reguliere opleiding volgen.

Jonge mensen met een psychische beperking ervaren veel belemmeringen bij het kiezen, verkrijgen en behouden van een reguliere opleiding. Het Lectoraat Rehabilitatie ontwikkelde een programma voor Hoogeveense middelbare scholieren met autisme.
Het betreft leerlingen die in de examenklas zitten en zich voorbereiden op de keuze van een vervolgstudie.
Kwalitatief onderzoek bij jongeren van Promens Care was aanleiding tot de ontwikkeling van nieuw begeleid leren aanbod; activiteiten op het gebied van studievaardigheden, steun en de prioritering van onderwijsdoelen zijn inmiddels beschikbaar. Beide voorbeelden worden in de workshop behandeld. Ze benadrukken het belang van het verkrijgen van een startkwalificatie en het met succes afronden van een reguliere (beroeps) opleiding.

In de workshop worden korte presentaties afgewisseld met oefeningen.


11) Workshop: ‘Rehabilitatie & herstelondersteuning op de afdeling’
A) Soteria en rehabilitatie: een mooie combinatie
Miriam Pellaers en Melanie Silva, Emergis
 
Een mooie combinatie hoe er aan herstel gewerkt wordt bij mensen met een psychose. Er wordt hier gewerkt vanuit de Soteria gedachte (Loren Mosher en Luc Compi) bij mensen met een psychose. In de kern komt Soteria neer op een afdeling in een zo huiselijk mogelijk situatie, medewerkers en cliënten, die samen een dagelijks leven vormgeven, dat appel doet op een zo normaal mogelijk inter-persoonlijke omgang (wat dan toch weer een grote kunst is bij mensen die een psychose doormaken) en de cliënt door de psychose heen begeleiden terug naar een normaal functioneren en een plaats in de samenleving.
Er wordt gewerkt met een duidelijk gestructureerd weekprogramma zodat cliënten zich niet verliezen in hun psychose. Daarnaast wordt er met zo min mogelijk medicatie een zo hoog mogelijk herstel beoogd.
Door deze manier werken ontstaat er een sfeer waarin mensen zich gesteund voelen en weer grip krijgen op hun psychose en werken aan hun herstel.

Middels een interactie met de deelnemers duidelijk gaan maken wat een psychose is en wat Soteria hierin kan betekenen. Dit met ondersteuning van video- en fotomateriaal.
 
B) Herstelondersteunende zorg op de gesloten opnameafdeling
drs. Alan Ralston en dr. Yolanda Nijssen, stafdienst Onderzoek en Ontwikkeling, Zorgebedrijven Dijk en Duin / Lucertis

In het afgelopen decennium is de herstelbeweging aan een opmars begonnen in Nederland, en heeft het herstelbegrip vooral in de langdurige GGZ veel weerklank gevonden (Van Wel, 2010).
‘Herstellen’ verwijst naar de inspanningen die cliënten zelf moeten doen om de vaak ingrijpende gevolgen van een ernstige psychische aandoening te boven te komen en om hun leven weer een positieve wending te geven.
Het herstelproces telt een aantal dimensies: herstel van gezondheid, herstel van persoonlijke identiteit en herstel van dagelijks functioneren en maatschappelijke rollen. Goede behandeling en rehabilitatie kunnen het herstelproces effectief ondersteunen (Van Weeghel, 2010). Belangrijk daarbij is dat de ervaringen en wensen van cliënten als vertrekpunt worden genomen en dat de nadruk niet op ziekte en beperkingen wordt gelegd, maar op kwaliteiten en mogelijkheden (Dröes, 2011).
Onduidelijk is in hoeverre de principes en werkwijzen van herstelondersteuning geïmplementeerd zijn in de dagelijkse praktijk van de GGZ (Van Hoof & Van Vugt, 2011). Een verkenning in de praktijk geeft de indruk dat herstelondersteuning op gesloten opnameafdelingen nog niet z‘n beslag heeft gekregen.
De discussie over ambulantiseren en reductie van klinische bedden, de ervaringsverhalen van cliënten over het traumatische effect van een gesloten opname en de gemeenschappelijke wens om dwang en drang te verminderen vormen een dringende aanleiding om na te gaan hoe herstelondersteunend gewerkt kan worden op de gesloten opnameafdeling.

Concept-mapping is een goede methode om een complex begrip als herstelondersteuning op de gesloten opnameafdeling in kaart te brengen (Trochim, 1989). In brainstorm-bijeenkomsten met cliënten, familie, medewerkers en onderzoekers van diverse instellingen, centra en verenigingen in het land, die ervaring hebben met gesloten opnameafdelingen en/of deskundigheid op het gebied van herstelondersteuning zijn kwaliteitsuitspraken over het thema verzameld.
Deze uitspraken over herstel-ondersteunend werken op de gesloten opnameafdeling zijn vervolgens door de betrokkenen individueel geordend (naar inhoud en prioriteit) en verwerkt tot een gezamenlijk concept, weergegeven in een concept-map.
Deze concept-map dient als basis om de KWAZOP, een instrument dat 15 jaar geleden ontwikkeld is en door gesloten opnameafdelingen gebruikt wordt om de opname met cliënten te evalueren (Nijssen, 2000), te herzien. Op een aantal gesloten opnameafdelingen zal een pilot met de nieuwe KWAZOP worden gedaan om de kwaliteit, toepasbaarheid en bruikbaarheid van het instrument te toetsen.
 
 
12) Workshop: ‘Met meer mediawijsheid minder stigma’
Martin van ’t Klooster, zelfstandig communicatieadviseur en mede oprichter van de Psyche Mediaprijs.

Voor deelname aan het maatschappelijk verkeer is opinie- en beeldvorming door de media essentieel. Ervaringsdeskundigen, hulpverleners, managers en familievertegenwoordigers kunnen ook zelf een actieve mediarol vervullen.
Kennis over en ervaring met succesvolle manieren om beeld/ en opinievorming in de media te beïnvloeden en het stigma terug te dringen nemen snel toe.
In de workshop informatie en contact over omgaan met de media en stigma terugdringen. Deelnemers aan de workshop kunnen zelf een idee, concept of poging presenteren. Een panel met mediadeskundigen van binnen en buiten de GGz bespreekt met de aanwezigen de mogelijkheden en kansen.
 
13) Discussiegroep: ‘Wel of niet bemoeien met cliëntgestuurde initiatieven?’
Yvonne Visser, voorzitter centrale cliëntenraad en Aukjen Niewijk, hoofd afdeling zorg, kwaliteit en communicatie, Kwintes
 
Kwintes wil, evenals vele andere ggz-instellingen, een herstelondersteunende organisatie zijn. Daarin is zij actief rondom het begeleiden van cliënten zelf, voert zij veranderingen door op organisatie niveau en is de blik gericht op het gastvrij maken van de buitenwereld. Een belangrijk kenmerk van herstel ondersteunende zorg is het vergroten van de eigen regie van cliënten. Een concrete uitwerking daarvan is het cliënt (gestuurde) initiatief. De touwtjes weer in eigen hand krijgen, leren van missers en genieten van eigen succes geeft kracht, lol en zelfvertrouwen.
Kwintes kent momenteel diverse vormen van cliëntsturing, zoals: Kookunst (met kookcursussen); Begeleid reizen (over vakantie); www.kunst.enmeer.nl (koop en huur van kunst); www.durfjijmetmij.nl (voor vriendschap en relatie), Activeringscentrum Jan Steen (cliëntgestuurd),  Ontmoeten en meedoen door bewegen (over sporten) en cliënt gestuurde Inloop (voor ontmoeting).
De professionals moeten leren zich bescheiden op te stellen, ruimte te maken voor de cliënt en vooral de persoonlijke omgeving in beeld zien te brengen. Alleen hoe doe je dat? Grijp je in als het financieel uit de hand loopt? Heb je geduld als een proces langer duurt dan gepland? Herschrijf je zelf geschreven teksten op de website?
De discussie in de workshop gaat over de rol van de professional in dit soort initiatieven.
We laten een aantal cliënt(gestuurde) initiatieven van Kwintes de revue passeren, waarbij helder wordt wat de rol van cliënten is van begin tot eind, de ervaringen van de diverse betrokkenen in het proces en de resultaten. Verder wordt er vooral tijd ingeruimd voor discussie. Wat zijn de ervaringen van ánderen en wat leren we van elkaar?
 
14) Presentaties
Bridging the gap
Annemieke Hendriksen, MSc., Wetenschappelijk medewerker, Trimbos-instituut
 
Bridging the gap: onderzoek naar levenskwaliteit en toekomstplannen na vroege psychose
In het project Bridging the gap is onderzoek gedaan naar de kwaliteit van leven en toekomstplannen van jonge mensen die een psychose of sterke voortekenen daarvan hebben ervaren. Ook is onderzocht wat kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van deze doelgroep en op welke manier de hulpverlening verbeterd kan worden.
Het betreft een breed onderzoek, bestaande uit diepte-interviews, een online vragenlijst en literatuurstudie. De resultaten pleiten voor vroege rehabilitatie. Meer ondersteuning bij werk en opleiding, in combinatie met training in cognitieve vaardigheden, is van groot belang. In de tweede fase van het project (start 2013) worden verbeteracties ingezet om de kloof in levenskwaliteit te verkleinen.
 
WRAP- Wellness Recovery Action Plan
Dienke Boertien, projectmedewerker Ervaringsdeskundigheid, Kenniscentrum Phrenos

Vanuit het HEE-team en Kenniscentrum Phrenos is het initiatief genomen om WRAP in Nederland te introduceren. Wat is de WRAP? WRAP staat voor Wellness Recovery Action Plan en is een zelfhulpinstrument in de jaren negentig ontwikkeld door Mary Ellen Copeland. Zij constateerde na een langdurig verblijf in de GGz-voorzieningen dat de zorg niet bood wat zij nodig had. WRAP kwam tot stand mede op basis van gesprekken met andere cliënten; samen vonden zij een manier om hun eigen herstelprocessen vorm te geven.
De WRAP is een heel concreet model met zeven onderdelen, alle zeven afgestemd op het hoofddoel: wat heb ik nodig om me goed te voelen. Het is bedoeld als een zelfhulpinstrument dat aan kracht wint door het met ervaringsdeskundigen en in uitwisseling in een groep te gebruiken.
De WRAP is in de VS na een Randomized Controlled Trial en met positieve uitkomsten, (o.a. vermindering symptomen, vergroten van herstel, hoop, empowerment en coping) erkend als evidence based practice. De WRAP wordt inmiddels in de VS en daarbuiten breed geïmplementeerd.
Modelgetrouwe invoering van de WRAP is ook in Nederland een belangrijke toevoeging aan de bestaande instrumenten voor zelfhulp en ervaringsdeskundigheid zonder andere instrumenten overbodig te maken.
Er is een start gemaakt om de WRAP modelgetrouw en breed te kunnen gaan aanbieden. Ervaringsdeskundigen zijn getraind tot WRAP facilitator: erkende WRAP-begeleiders die mensen (zowel in een groep als individueel) ondersteunen om voor zichzelf een WRAP te maken. Na de training  zullen de nieuwe WRAP- begeleiders in nauwe samenwerking met hun instellingen (GGz Eindhoven, GGz Noord-Holland-Noord, GGz Oost-Brabant, GGz Pameijer en SBWU) WRAP-groepen gaan draaien. HEE en Kenniscentrum Phrenos faciliteerden dit proces en ontwikkelden het Nederlands opleidingsmateriaal, dat door het Copeland Center gecertificeerd wordt.
In de workshop zal ingegaan worden op de achtergronden en de stand van zaken rond de WRAP. Deelnemers  maken op actieve wijze kennis met de WRAP.
 
15) Presentaties
Geloof je het zelf?
Jacqueline Thüss Mrc, SBWU, Marijke Brugman Mrc, cöordinator Rehabilitatie, RIWIS.
 
Medewerkers die worden opgeleid in de Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB) blijken de methodiek onvoldoende in de praktijk te gebruiken. Hoe komt dat?
Er is kleinschalig kwalitatief onderzoek gedaan naar bevorderende en belemmerende factoren bij het uivoeren van de IRB door ambulante begeleiders van een beschermende woonvorm.
 
De bijdrage van maatschappelijke steunsystemen
dr. Wilma Swildens, senior onderzoeker, Altrecht Willem Arntsz en drs. M. Beenackers, SBWU

Van welke MSS-voorzieningen maken cliënten in de stad Utrecht gebruik en wat levert dit op in termen van maatschappelijke participatie en kwaliteit van leven. De uitkomsten worden gepresenteerd van onderzoek naar de ontwikkeling van maatschappelijke steun-systemen voor cliënten met langdurige psychiatrische problemen in de stad Utrecht.

Maatschappelijke Steunsystemen 
in breed perspectief
Eleonoor Willemsen, projectmedewerker MSS, Kenniscentrum Phrenos

Met het Trimbos instituut voert Kenniscentrum Phrenos het WWZ-project (MSS in de vorm van proeftuinen) uit. Onderdeel vormt de totstandkoming van een handreiking.
Het project wordt in het voorjaar afgerond en kort voor het congres verschijnt de handreiking. Deze zal uitvoerig behandeld worden in de presentatie. Met de handreiking kan een nieuwe fase in de doorontwikkeling van MSS-en ingegaan worden.
 
16) Presentaties
Kortdurende begeleiding aan huis
Gerrit Klop, BSW, Kwintes en drs. Sonja van Rooijen, wetenschappelijk medewerker
Trimbos instituut
 
Ambulante woonbegeleiding vanuit RIBW's is doorgaans een langdurend zorgaanbod waarbij cliënten één tot twee keer per week thuis ondersteuning en begeleiding krijgen. Kwintes heeft dit aanbod uitgebreid met kortdurende begeleiding aan huis (KBH).
Om KBH vorm te geven en te implementeren binnen Kwintes is in september 2011 gestart met een pilot KBH in samenwerking met het Trimbos instituut.

KBH is een krachtgerichte begeleidingsvorm die nog meer de nadruk legt op de mogelijkheden en krachten van de cliënt. Deze vorm van begeleiding is intensiever en doelgerichter dan de huidige ambulante begeleiding van Kwintes. De begeleiding bestaat uit minimaal 15 en maximaal 25 contacten.
Het doel van KBH is om cliënten zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren en hun (veer)kracht te versterken. Na afloop van de begeleiding is de cliënt in staat om zelfstandig te leven, al dan niet met behulp van het sociale netwerk of maatschappelijke voorzieningen.
Aanleidingen hiervoor zijn:
-De veranderende zorgopvatting met een scherpere focus op zelfstandigheid van de cliënt, maatschappelijke participatie (regie en eigen kracht) en het beter op
elkaar afstemmen van zorg. KBH leent zich hiervoor meer dan ‘reguliere’ begeleiding en richt zich op de samenwerking met maatschappelijke voorzieningen en steunsystemen.
-De overheveling van AWBZ-onderdelen naar de WMO leidt tot bezuinigingen (langdurende trajecten worden ingeperkt) en daarmee de noodzaak tot vernieuwing van de zorg.
Uit de eerste ervaringen blijkt dat veel meer mensen, dan aanvankelijk gedacht werd, geholpen zijn met deze intensievere vorm van begeleiding.

Tijdens de presentatie wordt het verloop van de pilot beschreven en toegelicht, de eerste resultaten gepresenteerd en worden de ervaringen met KBH gedeeld.
 
Verlies, rouw en herstel in de psychiatrie
Hilly Beuving-Brink, psychiatrisch maatschappelijk werker en Carolien Verpalen, co-trainer training verlies, rouw en herstel in de psychiatrie,
Steunpunt GGz Utrecht
 
Rouw staat Herstel in de weg
Rehabilitatie, Herstel, Verlies en  Rouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Cliënten met psychische c.q. psychiatrische problematiek krijgen te maken met veel persoonlijke verliezen op het moment dat ze van ( langdurige) psychiatrische zorg afhankelijk zijn.
Verliezen en rouw daarover wordt in de psychiatrie nauwelijks onderkend of (vaak) diagnostisch anders vertaald. Het gaat om verliezen anders dan door overlijden: verliezen als: onafhankelijkheid, verliezen in de relationele sfeer (partner-vrienden-studiegenoten-collega´s), sociale omgeving, werk, studie, toekomst dromen. In het Herstelproces moet ruimte zijn voor de vele verliezen en het kunnen rouwen daarover.
Hoe ga je in gesprek met cliënten over verlies en rouw.
Sinds drie jaar wordt de gelijknamige training (Verlies, Rouw en Herstel in de psychiatrie) gegeven aan hulpverleners, woonbegeleiders, persoonlijk begeleiders, SPV´ers, Maatschappelijk Werkers e.a.
Reacties van cursisten zijn o.a.:
“waardevol, inzichtgevend, een aanvulling op het professioneel werken als SPV”
“Interessant, nieuwe inzichten gekregen, bruikbare methodieken”
“Inzicht gekregen hoe een rouwproces nou precies verloopt bij andere verlieservaringen dan de dood“.
 
Zorg voor Zin. Rehabilitatie als ondersteuning bij het ontworstelen aan een verslaving
Ton Verspoor, Projectmedewerker, Rehabilitation Counselor, Bureau Herstel SBWU en docent St. Rehabilitatie en Tjebbe Tamboer, Projectmedewerker, Bureau Herstel SBWU
 
Er is waarschijnlijk geen gebied waar rehabilitatie zozeer verbonden is met behandeling als op het gebied van de verslavingszorg. Bij behandeling van verslaving aan alcohol, drugs en medicijnen gaat het erom dat mensen een identiteit en een activiteitenpatroon ontwikkelen waarin zij nieuwe zin en betekenis in hun leven ervaren.
Het idee is dat mensen alleen van hun middelengebruik afkomen of er beter mee omgaan wanneer ze weer hoop hebben op een beter of zinvoller leven, dat andere zaken zoals als, werk,hobby, familie in het leven meer voldoening en belangrijker worden dan het gebruik van middelen.

 

 

RONDE 2
17) Symposium: ‘Ervaringsdeskundigheid onmisbaar bij herstel en goede zorg’
drs. Marianne van Bakel, coördinator HEE-team, drs. Nicole van Erp, wetenschappelijk medewerker, drs. Sonja van Rooijen, wetenschappelijk medewerker, Trimbos instituut en drs. Dienke Boertien, projectmedewerker Ervaringsdeskundigheid, Kenniscentrum Phrenos
 
-       Twee jaar LIVE: een verbinding met herstel. Onderzoeksresultaten van het Landelijk steunpunt inzet van ervaringsdeskundigheid in de ggz.
-       Wat betekenen de Handreiking en het Beroepscompetentie Profiel Ervaringsdeskundigheid voor de praktijk?
LIVE is een samenwerkingsverband van het Trimbos-instituut (HEE-team) en het Kenniscentrum Phrenos. In het kader van LIVE zijn tal van activiteiten uitgevoerd op het terrein van ervaringsdeskundigheid en herstel. Zo zijn bestaande initiatieven in Nederland op het terrein van ervaringsdeskundigheid geïnventariseerd, zijn initiatieven genomen in de opleidingspraktijk en is gewerkt aan een beroepscompetentieprofiel voor ervaringsdeskundigen. Verder hebben achttien ggz-instellingen in het kader van LIVE gewerkt aan de versterking en verbreding van de inzet van ervaringsdeskundigheid in hun instelling. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat er mooie resultaten zijn geboekt. Zo zijn er meer betaalde ervaringsdeskundigen aangesteld en hebben medewerkers en cliënten een beter inzicht gekregen in wat ervaringsdeskundigheid inhoudt. Ook zijn vrijplaatsen gecreëerd waar ideeën over herstel en ervaringsdeskundigheid verder ontwikkeld kunnen worden en is op veel plaatsen gewerkt aan de ondersteuning en scholing van ervaringsdeskundigen. Dit alles is belangrijke input geweest voor de ontwikkeling van de 'Handreiking voor de inzet van ervaringsdeskundigheid vanuit de geestelijke gezondheidszorg' waarin een analyse van ervaringsdeskundigheid en herstel wordt gegeven en praktische ondersteuning bij de vertaling hiervan naar de praktijk. Tevens is een Beroepscompetentie Profiel Ervaringsdeskundigheid ontwikkeld. Beide worden tijdens het symposium gepresenteerd, gevolgd door een discussie over de betekenis ervan voor de bestaande zorg.
 
18) Symposium: ‘Herstel(ondersteuning) in de context van cultuur en etniciteit’
-       Herstel in de context van cultuur en etniciteit, Huub Beijers, medisch antropoloog,
-       Psychische problematiek in de Turkse gemeenschap: samen lijden, samen helen, Mine Özalp-Durmaz, maatschappelijk werkende, kwartiermaker Kapıları Açın/Open de Deur
-       Mijn werk als ervaringsdeskundig consulent in buurtteam ‘Krachtig Overvecht Zuid’, Franklin Plein, consulent-ervaringswerker, Steunpunt GGZ Utrecht
 
Herstel en herstelondersteuning nemen een steeds grotere vlucht in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. Dat gebeurt in een context (samenleving en gezondheidszorg) die cultureel en etnisch steeds diverser wordt en steeds meer over de landsgrenzen heen werkt. In de verdeling van gezondheid en gezondheidszorg weerspiegelt zich die diversiteit.
Bij de keuzen die worden gemaakt voor de inrichting en de inhoud van de geestelijke gezondheidszorg en in het werk van cliënten- en patiëntenorganisaties wordt hiermee in toenemende mate rekening gehouden. Het is de vraag of dit voor herstel en herstelondersteuning in Nederland ook geldt. Sluiten deze begrippen en de manier waarop daar in de praktijk invulling aan wordt gegeven in voldoende mate aan bij  de actuele context van culturele en etnische diversiteit?
We werken aan de hand van een reflectie op de (culturele) vooronderstellingen van het herstelbegrip en de ervaringen die Steunpunt GGZ Utrecht, een organisatie voor cliëntgestuurde zorg, heeft opgedaan met herstelwerkzaamheden voor migranten(groepen) met psychiatrische problematiek. We willen overdragen welke dilemma’s daarbij aan de orde zijn gekomen en met de deelnemers aan het symposium reflecteren op de mogelijkheden en grenzen van herstel(ondersteuning) in een cultuursensitieve praktijk. 
We laten een kort fragment zien van de film Ftah al-Bab (Steunpunt GGZ Utrecht 2011), met drie ervaringsverhalen van Marokkaanse Nederlanders met psychiatrische problematiek en drie korte inleidingen.
 
19) Symposium:’Zorgmonitoring en rehabilitatie in de GGZ; resultaten en consequenties voor de praktijk’
-       Eenzaamheid: een focus voor rehabilitatie prof.dr. Philippe Delespaul, Mondriaan zorggroep/ Maastricht University, Faculty of Health, Medicine and Life Sciences
-       Arbeidsparticipatie en welzijn dr. Wilma Swildens, senior onderzoeker, Altrecht Willem Arntsz i.s.m. drs. Lennart Gorter, Sascha Kwakernaak MSc, Altrecht Willem Arntsz en Bert Beentjes en drs. Maurits Beenackers, SBWU
-       Focus op uitkomsten van activering en deelname aan sociale netwerken dr. Jan Theunissen, GGZ inGeest / Vumc i.s.m. dr. Pim Duurkoop
 
Tijdens het symposium worden resultaten gepresenteerd van zorgmonitoring bij mensen met een ernstige psychiatrische aandoening in de regio's Utrecht, Amsterdam en Zuid-Limburg. Aandacht wordt besteed aan longitudinale uitkomsten in termen van verandering in functioneren, kwaliteit van leven en zorgbehoeften. Daarbij wordt een relatie gelegd met centrale thema’s binnen rehabilitatie: eenzaamheid van cliënten, de mogelijkheid deel te nemen aan arbeid, aan activiteiten en sociale netwerken. Achtereenvolgens komen bovengenoemde presentaties aan de orde waarbij de uitkomsten besproken worden en eruit voortkomende vragen voor toekomstig onderzoek besproken kunnen worden.
 

20) Workshop: ‘GGz, brug naar diploma's en banen’
Venu Nieuwenhuizen, rehabilitation counselor en docent Rehabilitatie '92, ABC Altrecht & Stichting Rehabilitatie '92
 
De arbeids- en studieparticipatie van mensen met langdurige psychiatrische problematiek is slechts 17%. Hun wens ligt drie tot vier maal hoger. Hier is nog een wereld te winnen. Maar is de GGz wel de aangewezen organisatie om hierbij voortrekker te zijn? En zo ja, op welke wijze? ABC-Altrecht investeert nadrukkelijk in het ondersteunen studie en arbeidsparticipatie. Aan de hand van theorie en ervaringen ABC wordt een koppeling met de eigen praktijk van deelnemers gemaakt aan de hand van discussies en praktische oefeningen.

Discussies en oefeningen staan centraal in de workshop. De deelnemers analyseren het niveau van het werk- en studieaanbod op de eigen afdeling + eventuele verbeterpunten.
Venu Nieuwenhuizen
 
21) Workshop: ‘Herstel werkt!’
mw. drs. Els Borgesius,coördinator training en coaching en Milou Christians MSc,wetenschappelijk onderzoeker, Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg, UMC St Radboud Nijmegen
 
De laatste anderhalf jaar is in meer dan tien maatschappelijke opvangorganisaties Herstelwerk (de krachtgerichte basismethodiek voor kwetsbare mensen) geïmplementeerd. In de workshop laten we het effect van de methodiek zien vanuit verschillende perspectieven: management, begeleiders en clienten.

In de workshop zullen we kort inzoomen op de methodiek Herstelwerk en de trainingen in de methodiek. We betrekken deelnemers in de zaal actief door middel van een aantal oefeningen, zodat zij ervaren wat krachtgericht werken inhoudt. Daarnaast zullen een of meerdere cliënten van een opvangorganisatie hun ervaringen met deze methodiek vertellen.
 
22) Workshop: ‘Community Based Rehabilitation, clubhuis De Waterheuvel, een voorbeeld bij uitstek!’
W. Reitsma, directeur, mw. J. Boos, staflid, M. de Leeuw, psychiater/bestuurslid, mw. A. Appelman, lid, mw. M. de Graaff, lid, S. Koning, lid, De Waterheuvel Amsterdam
 
De Waterheuvel in Amsterdam past al meer dan 25 jaar het clubhuismodel toe, een vorm van Community Based Rehabiltation voor mensen met een psychiatrische achtergrond (de leden van het clubhuis).
In de interactieve workshop laten wij de deelnemers ervaren hoe wij community based rehabilitation vormgeven. Dit doen wij door de deelnemers te laten participeren in een ochtendmeeting. De ochtendmeeting vindt elke ochtend plaats in het clubhuis en is de plek waar het werk van de dag in samenspraak met staf en leden verdeeld wordt. Ook wordt in dit overleg gekeken naar wie we al lang niet gezien hebben zodat de Reach Out commissie met deze personen contact kan opnemen. Er wordt aandacht besteed aan het Transistional Employment programma (arbeidsrehabilitatie) en worden sociale activiteiten in kaart gebracht. Kortom aan de hand van deze meeting krijgt men een goede indruk van de werkwijze van ons clubhuis. Op onderdelen wordt achtergrondinformatie over het clubhuismodel gegeven. De workshop wordt verzorgd door bestuur, directie, staf en leden van De Waterheuvel, side-by-side.

23) Workshop: ‘Niemand spoort’
Jeroen Kromwijk en Malika Al Houbach, RIBW Zaanstreek Waterland West-Friesland 

Van mensen met een psychiatrische diagnose wordt vaak gedacht dat zij niet sporen. Betekent dat automatisch dat mensen zonder zo’n diagnose psychisch in orde zijn? Om hier een antwoord op te krijgen, staan de deelnemers tijdens de interactieve workshop ‘Niemand spoort’ op ludieke wijze stil bij hun eigenaardigheden.
 
 
24) Workshop: ‘Ontkokerde zorg in de wijk’
drs. A.C.M. (Hanneke) Henkens, GGz Eindhoven en  drs G.C. (Gerda) Scholtens, ZZp-er + GGz Eindhoven
 
Sinds 2005 wordt er in Eindhoven en in de randgemeenten gewerkt aan het ontwikkelen van een maatschappelijk steunsysteem (MSS). De werkwijze van de medewerkers MSS - een kwartiermaker en ervaringsdeskundige - is een mooi  voorbeeld van het bieden van ontkokerde zorg die aansluit bij de behoefte van wijkbewoners in een kwetsbare positie.
 Trefwoorden in de werkwijze zijn: beschikbaar zijn voor wijkbewoners en professionals, samenwerking, interesse in - en delen van elkaars expertise. Om deze praktijk op te schalen naar wijkniveau hebben we leergroepen gevormd op basis van het concept van een Community of Pratice (CoP).
Een CoP bestaat uit een groep vakgenoten die een passie voor een vraagstuk delen en daarover met elkaar in gesprek gaan om hun competenties met betrekking tot dat vraagstuk, te verbeteren. De basis van een CoP wordt gevormd door de medewerkers van organisaties uit het netwerk van de kwartiermaker en de ervaringsdeskundige, aangevuld met anderen die belangstelling hebben.  Zo ontstaat een gemêleerd gezelschap uit diverse organisaties: welzijn, woningbouw-corporaties, verslavingszorg, Ggz, verstandelijk gehandicapte zorg en politie.De gedachte achter de leergroep is dat het bieden van laagdrempelige zorg door ontkokering van de zorg op wijkniveau, consequenties heeft voor de professionaliteit van professionals. Trefwoorden zijn: het kunnen hanteren van een meervoudig perspectief; mijn en dijn, onderscheid maken tussen de ervaringen van de cliënt en die van de professional met betrekking tot de problematiek; de rol van het steunsysteem en vraagstukken in de samenwerking.
De CoP bijeenkomsten zijn erop gericht de competenties op deze gebieden verder te ontwikkelen. De hoofdlijnen in het programma zijn: kennis maken met elkaar en elkaars organisatie, casuïstiek bespreken, netwerk ontwikkelen en gastsprekers uitnodigen. Voor de bespreking van de casuïstiek hebben we een eenvoudige handreiking gemaakt.
Het programma van de workshop bestaat uit twee delen: een inleiding over de leergroepen, de resultaten van de afgelopen anderhalf jaar, de implementatie en de samenwerking met de gemeenten. De wijze van werken in de CoP bijeenkomst laten we zien in het tweede deel van de workshop met behulp van de handreiking voor de bespreking van casuïstiek.
 
25) Workshop: ‘Sport als middel bij integratie’
Erik Schipper, bewegingsagoog, Goitzen Wobbes, bewegingsagoog en Tjerk ter Haar Romeny, oefentherapeut Mensendieck, Actenz GGZ inGeest
 
In de workshop wordt kort een kader neergezet van de voordelen van een actieve levensstijl en het belang van sociale ondersteuning dit te doen en vol te houden.Dit geldt in het bijzonder voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt een brug gemaakt tussen zorg en samenleving richting toeleiding regulier sporten en op welke manier sporten kan helpen bij integratie. Een deel van de workshop wordt op sportieve wijze ingevuld. Daarnaast worden de aanwezigen van de workshop uitgenodigd mee te denken en informatie uit te wisselen aan de hand van een aantal concrete vragen of stellingen om bewegen en sporten verder te ontwikkelen. De bevindingen koppelen we terug en de informatie willen we gebruiken om verdere beweegprogramma's te ontwikkelen.
 
26) Workshop: ‘Samenspel: ‘Werk, de beste zorg’’
drs. Iris van Bennekom, drs. Marion Schmied en Bianca Haverkamp, Reaktgroep, Gouda
 
Voor onze doelgroep, mensen met psychische problematiek, brengt de politieke agenda veel veranderingen mee, zoals overheveling begeleiding uit AWBZ naar Wmo, grotere rol voor zorgverzekeraars, scheiden van wonen en zorg en verdwijnen dagbesteding. De gemeenten staan voor de uitdaging om binnen een krap financieel kader de zelfredzaamheid van hun burgers te bevorderen; zoveel mogelijk onafhankelijk van zorg en sociale zekerheid. Dit betekent sociale innovatie op buurtniveau en zo veel mogelijk participeren op de arbeidsmarkt. Voor mensen met psychische problematiek vormen deze doelstellingen een essentieel onderdeel voor kwaliteit van leven en het uitzicht op een duurzaam perspectief.
Om de veranderde kaders niet slechts te laten resulteren in een wetswijziging of een kille bezuiniging, hebben wij een gezamenlijke verantwoordelijkheid: zorgaanbieders, werkgevers, lokale overheid, zorgverzekeraars en cliënten. Wij kunnen niet blijven denken en handelen binnen onze eigen organisatiekaders, maar moeten daarbuiten treden en elkaar opzoeken om zo de vernieuwing te realiseren. Met name voor de mensen uit onze doelgroep vraagt dat om antwoorden die niet voor de hand liggen.    Dat vergt lef! 
In onze workshop gaan we win-winsituaties verder uitwerken aan de hand van een aantal cases. Vanuit een rollenspel proberen we nieuwe dwarsverbanden te leggen en met een andere blik een nieuw perspectief te bedenken. Een innovatief, betaalbaar en duurzaam antwoord dat zich kenmerkt door een sociaal gezicht en in een nieuw en goed samenspel. Samen werken aan de beste zorg, zodat iedereen op zijn eigen wijze kan meedoen; al dan niet in betaald werk!

1. Presentatie beleidskader 
2. Voorbeeldcases
3. Uitwerken win-win in rollenspel
4. Presentatie resultaten subgroepen
5. Vaststellen gemene deler, randvoorwaarden en winstfactoren 
6. Boodschap aan de staatssecretaris, de wethouder, de zorgaanbieder en de cliënt. 

27) Workshop: ‘Club Med: ‘Zien en gezien worden’ (medewerkers met cliëntervaring)’                                          
Anke Vergeer, teamleider, Max Kraak, medewerker en Keeke van der Vegt, medewerker, Bureau Herstelondersteuning, Kwintes Zeist
 
Buro Herstelondersteuning van Kwintes heeft Club MED gevormd en biedt daarmee een vrijplaats aanMedewerkers met ErvaringsDeskundigheid (naast Club ED). Veel medewerkers hebben zelf ervaring met een ontwrichtende aandoening en hebben geleerd dat te hanteren. Maar vaak hebben ze dat verborgen op het werk.
Zelf ervaring hebben met psychoses, depressies of verslaving levert nu eenmaal niet vaak waardering op en erkenning voor de kennis die je daarin hebt opgedaan, maar eerder een stigma, wantrouwen, en vraagtekens bij je professionele kunde en betrouwbaarheid. 
De inzet om herstel en herstelondersteuning tot meer leidend principe te maken van de zorg binnen Kwintes en ervaringsdeskundigheid tot een gewaardeerde inzet daartoe, heeft ruimte geboden aan medewerkers om ook meer hun eigen persoonlijke ervaringen in te brengen, en daarmee ook om ervaringen met psychiatrische aandoeningen en cliëntervaringen te bespreken.
Club MED organiseert ontdekkingsreizen om het goud op te graven van deze verborgen schatten, ze aan de oppervlakte te brengen en ervaringskennis en deskundigheid te ontwikkelen in samenspraak en met ondersteuning van elkaar.
We laten zien wat er in onze rugzakken zit, welke steun je nodig hebt en welke scholing en wat het oplevert voor onszelf de cliënten en de collega’s.

Programma:
We hebben het ongetwijfeld over: routeplanners en inpaklijsten, herstelverhalen en reisverslagen, vrijplaatsen en resorts, het naaktstrand en de gluurders, uit de kast of wie heeft de kast gemaakt, de prijslijst; wat het kost en wie wat betaalt, risico’s en veiligheid. Niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde. Verhalen, presentaties, discussie en oefeningen worden afgewisseld.
Leerdoelen:
het gaat over inspiratie opdoen en stilstaan bij goud zoeken en passende veiligheidsmaatregelen.
Met name bedoeld voor:voor iedereen die zich aangesproken voelt.
28) Discussiegroep:’ Schriftmeditatie als bron van bezieling’
dr. Lucas J. Tiesinga, geestelijk verzorger, GGz Drenthe 

In de discussie over herstel van mensen binnen en buiten de GGz wordt veel aandacht besteed aan de somatische, psychische en sociale dimensie van gezondheid. Minder op de voorgrond staat de spirituele, religieuze of levensbeschouwelijke dimensie als bron van bezieling en welzijn. Dat is vreemd aangezien bezieling bij een aantal mensen juist kan bijdragen aan innerlijke kracht en zin en samenhang in het leven.
Dat geldt in het bijzonder voor de stille omgang met de heilige geschriften. Het lezen van en mediteren op heilige geschriften schept een verbondenheid en het vormt een besef te staan in een groter geheel van betekenissen en ervaringen.
In de discussiegroep zou ik graag van gedachten wisselen over de vraag of, hoe en in welke mate levensbeschouwing, religie en spiritualiteit bijdraagt aan het welzijn van de mens. In het bijzonder zal de discussie gericht zijn op de betekenis van meditatieve omgang met heilige geschriften voor de geestelijke gezondheid en het persoonlijk herstel van mensen.
De discussiebijeenkomst kan grofweg in drie delen worden opgesplitst. Het eerste gedeelte wil de probleemstelling verhelderen (vraag en doelstelling nader uiteenzetten). Het tweede gedeelte gaat nader in op de meditatieve omgang met heilige geschriften en ervaringen op dit terrein (momenteel wordt deze oefening aangeboden bij GGz Drenthe). Tot slot kan de discussie zich toeleggen op voorlopige uitkomsten van de discussie met het oog op het welzijn van mensen en het zorgaanbod in de GGz.
 
29) Presentaties - de wijk –
Almeers Midzomer wmo-festival; “Close&Cosy aan het Weerwater”; WELKOM!!!
drs. Hilleke A.M. Linthorst, kwartiermaker, Kwintes Almere-C
 
Hoe een paar professionals tijdens hun eetclub op het idee kwamen zelf als vrijwilligers een groot festival te gaan organiseren ter ondersteuning van inclusie, nieuwe verrassende korte lijnen en plezier. 
Hoe ze met hun enthousiasme allerlei partijen en Almeerders wisten te infecteren.
Waar dat op uitliep:
- Een draaiboek en
- Een swingend bijzonder festival aan het Almeerse Weerwater
- Waaraan allerlei individuen en maatschappelijke partijen als vrijwilligers meededen en bijdroegen op zeer originele manier
- Waardoor iedereen mee kon doen en mee kon eten, ook zij die in welk opzicht dan ook ondersteuning behoeven.
- Hoe het nu verder gaat: De laatste uitkomsten..
Na een kennismakingsrondje, een korte presentatie waarin bovenstaande  zaken gepresenteerd worden.  Daarna nodig ik U uit om kritisch mee te denken hoe een dergelijk concept nog sterker doorontwikkeld kan worden.

Samenwerken voor inclusie in de wijk
Doppy den Ouden, projectleider wijkgericht, creatief therapeut, senior medewerker,
Actenz GGZ inGeest
 
Wijkgericht werken wordt sinds 2006 door Actenz samen met verschillende partners opgezet, ontwikkeld en uitgevoerd met als doel aanbod in de wijk meer toegankelijk te maken voor mensen met ook psychische problemen. Daar is een breed palet aan activiteiten uit voortgekomen. De afgelopen jaren ook met Wmo financiering.
Wij vertellen u over de  opzet en financiering, aantal verschillende projecten, wat deelname aan een project kan betekenen en iets over resultaten en toekomst.  
 
Meedoen in de wijk
Marja Maarse, projectleider Wmo / directiesecretaris Divisie Langdurende Psychiatrie, Mariska Munster-Groot, individueel begeleider Activiteitencentrum, GGz Noord-Holland Noord
 
Vanaf 2011 zijn er in verschillende gemeenten in Noord-Holland-Noord met projectsubsidie van de gemeenten projecten gestart i.s.m. het welzijnswerk en andere organisaties in de buurt. Doel is ggz-cliënten te laten participeren in hun eigen buurt m.b.v. individuele begeleidingstrajecten en/of door verbindingen met buurthuizen. 
We presenteren verschillende projecten: wat zijn successen, welke knelpunten zijn er, overeenkomsten/verschillen stad/platteland, waar raken de doelen van gemeenten en ggz elkaar, wat is relatie tussen behandeling, zorg en welzijn. 
Aan de hand van een casuïstiek wordt verteld hoe de participatie wordt bevorderd en hoe de integratie met buurtbewoners verloopt.
 
30) Presentaties -  herstelonderzoek –
 
Op weg naar een Nationale Herstelschaal voor ROM doeleinden
mw. dr. J.A.W.M. van Gestel-Timmermans, onderzoeker, Tranzo, Universiteit van Tilburg, mw. prof. dr. Ch. van Nieuwenhuizen, Hoogleraar Forensische Geestelijke gezondheidszorg,  Universiteit van Tilburg, Onderzoeksprogrammaleider GGzE centrum kinder- en jeugdpsychiatrie en prof.dr. J. van Weeghel, Hoogleraar Rehabilitatie en participatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen, Universiteit van Tilburg, 
Kenniscentrum Phrenos, Dijk en Duin (Parnassia Bavo Groep)

Het doel van het project ‘Nationale Herstelschaal’ is een meetinstrument voor herstel te ontwikkelen dat geschikt is voor Routine Outcome Monitoring (ROM) bij mensen met (ernstige) psychiatrische beperkingen. 
De aanleiding hiervoor is dat veel organisaties niet alleen hun zorg meer herstelondersteunend vorm willen geven, maar ook de resultaten daarvan inzichtelijk, meetbaar en stuurbaar willen maken. In het kader van de landelijke ontwikkelingen van de ROM  bestond deze wens al enige tijd vanuit de SBWU en RIBW Alliantie. Ook de werkgroep Remissie (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie) vond het noodzakelijk dat een instrument voor het persoonlijk herstel van cliënten met (ernstige) psychiatrische beperkingen (aanvullend op de maten voor symptoomremissie en functionele remissie) ontwikkeld werd. Voor de ontwikkeling van het meetinstrument is een landelijke projectgroep in het leven geroepen, bestaande uit onderzoekers en ervaringsdeskundigen. 
Hoofddoelen van de projectgroep zijn: (1) een instrument te ontwikkelen dat aansluit bij de definitie van herstel vanuit het perspectief van de cliënt; (2) een instrument te ontwikkelen dat voldoet aan wetenschappelijke normen van validiteit, betrouwbaarheid en gebruiksvriendelijkheid; (3) het instrument zou voor zowel cliënten, hulpverleners, als binnen de zorgverlening bruikbaar moeten zijn bij de beoordeling en sturing van het persoonlijke herstelproces; en (4) het instrument zou aanvullend moeten zijn op de landelijke ROM ontwikkelingen.
Omdat de projectgroep wil aansluiten op de definitie van herstel vanuit cliëntperspectief, is bij de ontwikkeling van het instrument de methode concept mapping gecombineerd met literatuuronderzoek. De resultaten van de concept map zijn gebruikt om het herstelconcept in de Nederlandse context nader in te vullen. Vervolgens is relevante  literatuur bestudeerd om na te gaan welke herstellijsten beschikbaar zijn en welke zich mogelijk lenen voor de Nederlandse situatie (dat wil zeggen: welke aansluiten op de uitkomsten van de concept map). Aspecten als toepasbaarheid en gebruiks-vriendelijkheid van de vragenlijst en of deze aansluitend was op de remissielijsten zijn hierbij nadrukkelijk meegenomen.
Via deze methode is in 2012 een vragenlijst ontwikkeld, die in 2013 zal worden getest in een pilot met ongeveer 300 cliënten.  Bij ongeveer 100 cliënten zal de test  herhaald worden voor de test-hertest betrouwbaarheid.  Na analyse van de resultaten zal worden bekeken of de vragenlijst nog verder aangepast dient te worden. Het project wordt financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht (SBWU).
 
Zingeving meten
Diplompsychologe Kristin Klapheck, Universitätsklinik Eppendorf (UKE), Hamburg en drs. Bettina Jacobsen, psychiater, ACT-team eerste psychose Nijmegen,
Pro Persona

Zin- en betekenisgeving is een behulpzame strategie om traumatiserende levensgebeurtenissen en chronische lichamelijke ziektes te verwerken. 
Ook de prognose van mensen die door zware psychische ziektes zijn getroffen blijkt 
door de mogelijkheid van betrokkenen om hun ziekte zin te geven te worden beïnvloed. 
Vanaf de jaren 2008 zijn aan de Universiteitskliniek Hamburg Ebbendorf
gevalideerde vragenlijsten voor clienten met een psychotische stoornis ontwikkeld. Hieraan hebben clienten, hun familieleden, wetenschappers en behandelaren meegewerkt. Deze vragenlijsten zijn inmiddels vertaald naar het Engels en het Nederlands.
Eerste resultaten: Onderzoek met de susi vragenlijst bij psychoses (Bock et al. 2010; Klapheck et al, 2011) laat zien dat er een verband is met levenskwaliteit en constructievere coping strategieën. Deze zijn te beinvloeden!
Zingeving van clienten en uitkomst van de behandeling, kwaliteit van leven, hangt af van de zingeving van hun naasten en hun behandelaren, die eveneens gemeten kan worden middels gevalideerde lijsten. 
Het wordt duidelijk dat ruimte voor reflectie op zingeving bij cliënten en hun naasten behulpzaam is tijdens de behandeling en dat de susi lijsten bij de bewustwording kunnen helpen. Tegelijkertijd staat een nieuw wetenschappelijk instrument om zingeving te meten ter beschikking.

De wetenschappelijke resultaten zullen worden gepresenteerd. Er is - in beperkte mate - mogelijkheid tot uitwisseling.

Trajectbegeleiding verbinden met Multi Systeem Therapie voor jongeren 
met (ernstige)  psychische problematiek of een verstandelijke beperking, 
aan wie een justitiële of civiele maatregel is opgelegd
mw. dr. J.A.W.M. van Gestel-Timmermans, onderzoeker,Tranzo, Universiteit van Tilburg, mw. prof. dr. Ch. van Nieuwenhuizen, Hoogleraar Forensische Geestelijke Gezondheidszorg,  Universiteit van Tilburg, Onderzoeksprogrammaleider GGzE centrum kinder- en jeugdpsychiatrie en prof. dr. J. van Weeghel, Hoogleraar Rehabilitatie en participatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen, Universiteit van Tilburg, Kenniscentrum Phrenos, Dijk en Duin (Parnassia Bavo Groep)

Jongeren met (ernstige) psychische problematiek of een verstandelijke beperking, aan wie een justitiële of civiele maatregel is opgelegd, verlaten dikwijls voortijdig hun school of opleiding en slagen er vaak niet in om een plaats op de arbeidsmarkt te verwerven. Op dit moment ontbreekt het in Nederland aan een welomschreven, empirisch gefundeerde methodiek van trajectbegeleiding, gericht op schooldeelname en arbeidsintegratie van deze groep jongeren. In dit onderzoek is gekeken of een al bewezen effectieve methodiek voor arbeids- en schooltoeleiding, Individual Placement and Support (IPS), zodanig kan worden aangepast dat deze ook geschikt is voor deze jongeren. Daarnaast is onderzocht in hoeverre de aangepaste methodiek van trajectbegeleiding aansluit op verschillende vormen van systeemgerichte hulpverlening (dat wil zeggen: hulpverlening gericht op het gezin en de omgeving van de jongere). 
In dit onderzoek zijn derhalve de principes en werkwijze van Multi Systeem Therapie (MST) als uitgangspunt gehanteerd. Het onderzoeksproject had de volgende doelen: 
- Systematische ontwikkeling en beschrijving van een - mede op IPS en MST gebaseerde  methodiek van trajectbegeleiding, die optimaal is toegesneden op de problemen en mogelijkheden van deze jongeren 
- Het theoretisch inkaderen van deze methodiek van trajectbegeleiding
- Identificatie van belemmerende en bevorderende factoren bij de implementatie van de methodiek
- Evaluatie van de bevindingen van jongeren, trajectbegeleiders en significante anderen met deze methodiek aan de hand van casuïstiek, interviews met betrokkenen en eerste resultaten.
De methodiek is ontwikkeld aan de hand van relevante literatuur, een consultatieronde met landelijke experts en op basis van empirische kennis (interviews   met betrokkenen uit het werkveld). Tot de doelgroep behoorden jongeren vanaf 12 jaar, met (ernstige) gedragsproblemen en met (ernstige) psychische problematiek of een verstandelijke beperking, aan wie een justitiële of civiele maatregel was opgelegd. Een voorwaarde om in aanmerking te komen voor trajectbegeleiding binnen het onderzoek was dat de jongere een systeemgerichte interventie onderging of had doorlopen. 
De methodiek is op verschillende manieren geëvalueerd. Allereerst werden de trajecten geëvalueerd aan de hand van interviews met cliënten, trajectbegeleiders en MST- therapeuten. Verder werd bij de cliënten de Nederlandse versie van de Herth Hope Index (HHI) afgenomen en de Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA), om een eerste indruk te krijgen of er tijdens de trajecten verandering optrad in respec-tievelijk ervaren hoop voor de toekomst en kwaliteit van leven. 
Trajectbegeleiders vulden een checklist in om na te gaan of ze zich aan de principes van de methodiek hielden (bij aanvang van het traject en vijf á zes maanden later). Ook werden de contacten en bezigheden van de trajectbegeleiders en de resultaten van de trajecten vastgelegd. De gegevens werden kwalitatief en kwantitatief geanalyseerd. 
De resultaten wezen uit dat de methodiek veelbelovend is. De eerste resultaten waren positief en ook de uitvoerders, MST-therapeuten en cliënten waren positief over de methodiek. Daarnaast zien ook andere betrokkenen uit het werkveld de voordelen van deze methodiek en de noodzaak om partijen bij elkaar te brengen.
 
Evaluatie van een grootschalig scholingsprogramma 
herstelondersteunende zorg binnen de GGz Breburg
drs. Greet Wilrycx, psycholoog/psychotherapeut, GGz Breburg / Tranzo, Universiteit van Tilburg
 
De herstelbeweging wint internationaal en nationaal steeds meer terrein wanneer het gaat over een goede behandeling en begeleiding voor cliënten met langdurige psychische problematiek. De kennis en attitude met betrekking tot herstel is steeds meer onderwerp van presentaties en langdurig onderzoek binnen de GGz. (e.g. Davis & Lysaker, 2007; Crow et al., 2006; Onken et al., 2002; Young et al., 2002). 
Verschillende organisaties willen deze nieuwe visie op herstel implementeren. De GGz Breburg groep heeft eind 2007 een opleidingsprogramma aangevraagd bij drie relevante organisaties, te weten: Stichting Rehabilitatie ’92, kenniscentrum HEE (Herstel, empowerment en ervaringsdeskundigheid) en Storm rehabilitatie. Deze organisaties verzorgden in 2008 en 2009 de HoZ training. De effecten van dit scholingsprogramma op de competenties van de medewerkers werden longitudinaal onderzocht door gebruik te maken van een aangepast stepped wedge trial design, (Brown & Lilford, 2006; Hussey & Hughes, 2006). Er werden 210 professionals en 142 cliënten gevolgd die 6 keer gedurende drie jaar, gevraagd werden om verschillende vragenlijsten in te vullen. 
De medewerkers vulde de Nederlandse 12 -item versie in van de Recovery Knowledge Inventory (RKI; Bedregal et al., 2006) en de Nederlandse versie van de RAQ-7, Recovery Attitude Questionnaire (RAQ; Borkin et al., 2000). De RKI meet de kennis over herstel en kennis ten aanzien van herstelprocessen en de RAQ meet de attitude ten aanzien van herstel bij medewerkers binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Cliënten vulden de Nederlandse versie in van de Mental Health Recovery Measure (MHRM; Young & Bullock, 2003) en de Nederlandse versie van de Recovery Promoting Relationship Scale. (RPRS; (Russinova et al., 2006). De MHRM is een 30- item schaal die cliënten bevraagt naar hun individueel herstelproces. De Nederlandse RPRS is een 22- item schaal die bij cliënten nagaat in hoeverre zij de relatie met de medewerker als herstelondersteunend ervaren.
De training Herstel Ondersteunende Zorg heeft een positief effect op de attitude van de medewerkers en heeft een tijdelijk positief effect op de kennis ten aanzien van herstel. Verder zijn er effecten gevonden op cliëntenniveau. Er zijn sexe verschillen waarneembaar en er zijn positieve effecten gevonden op de MHRM. 
In de presentatie zal worden stilgestaan bij de Nederlandse versies van de vier gebruikte vragenlijsten en de gevonden resultaten - op het niveau van de professional en op het niveau van de cliënt - van dit longitudinale onderzoek.
 
 
31) Presentaties - werk/onderwijs - 
Back to school, een nieuwe kans! De kracht van samenwerking
Eric van Eerden, directeur Odibaan en lid stuurgroep Back to school en Margriet van den Broek, coach Back to school/ trajectbegeleider/ ergotherapeut, HVO-Querido
 
Back to School is een MBO-niveau 1-opleiding voor mensen met een psychiatrische achtergrond die overwegen weer een opleiding te gaan volgen. De Back to school- opleiding is nu 7 keer georganiseerd. 
De opleiding bestaat uit 3 delen: theorie (assessment), koken (samenwerking) en stage. De opleiding duurt een half jaar en start 2 keer per jaar. 
70% van de deelnemers maakt dit half jaar af. 
Dankzij de samenwerking tussen docenten en trainers van verschillende organisaties, leerlingen, begeleiders op de stageplekken en begeleiders en behandelaren uit de GGz 
is Back to School een succes.
In de presentatie vertellen wij u over de structuur, resultaten,  financiering en andere noodzakelijke voorwaarden.  

IPS: a must have voor VIP-teams
Debby Kamstra, IPS-trajectbegeleider en Reinaud van der Fliert, manager VIP-team, AMC Amsterdam

Uit onderzoek blijkt dat hulpverleners over het algemeen te voorzichting zijn om jonge mensen met een EPA in het zoeken naar werk en of reguliere opleiding/studie te begeleiden.
VIP Amsterdam bewijst met IPS in combinatie met integrale samenwerking dat het anders kan.

IPS en verslaving
Ellen Otto, Projectcoördinator IPS, Kenniscentrum Phrenos

In het kader van de samenwerking tussen Kenniscentrum Phrenos met Dartmouth Psychiatric Center zijn we steeds meer aan het kijken of we IPS ook kunnen uitbreiden naar andere doelgroepen.
Na een inleiding over de Learning Collaborative met Dartmouth – Johnson&Johnson,    het concreet te maken en over de verslavingszorginstelling die nu meedoet aan het  project, Novadic Kentron Vught, een presentatie te houden over IPS bij mensen met een verslaving. Vragen daarbij: Is het haalbaar? Is het extra moeilijk? Biedt het meedoen aan het Dartmouth-J&J-project nog extra mogelijkheden voor Novadic-Kentron?
 
32) Presentaties – ervaringsdeskundigheid -
Voordelen & valkuilen van ervaringsdeskundige hulpverleners
Alie Weerman
lectoraat Verslavingspreventie
Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle
Onder hulpverleners is veel ervaringskennis, maar zij gebruiken dit vaak niet. 
Een werkgroep van Hogeschool Windesheim heeft op grond van praktijkverhalen in kaart gebracht wat de voordelen en valkuilen zijn van de inzet van ervaringsdeskundige hulpverleners. In de presentatie wordt ingegaan op de voordelen en valkuilen van verslavingservaringsdeskundigheid. De focus ligt hierbij op de vraag in hoeverre professionele hulpverleners zich als ervaringsdeskundige zouden moeten opstellen.  
 
Illness Management and Recovery (IMR), wat is dat? 
En de ervaringen van een ervaringsdeskundige trainer.
Lode Resing, ervaringsdeskundige IMR-trainer, Dimence GGz en Saxion Hogeschool en Marijke Brugman Mrc, IMR-netwerkcoördinator, Lectoraat GGZ, Herstelgerichte Zorg en Empowerment, Saxion Hogeschool Deventer

De IMR is een modulair opgebouwd programma; een herstelondersteunende methodiek en is gericht op het ondersteunen van de ontwikkeling van zelfmanagement. 
De IMR kan zowel individueel als in een groep plaats vinden. Groepsgewijs wordt de training meestentijds aangeboden door een duo van een ervaringsdeskundige trainer en een professional. Tijdens de presentatie wordt kort de IMR geïntroduceerd. 
Vervolgens vertelt een ervaringsdeskundige over zijn ervaring als IMR trainer.
 
Associate Degree Ervaringsdeskundige in de Zorg. 
Een 2-jarige erkende HBO-opleiding.
Annemarie Schoonhoven, docent en coördinator Associate Degree, Stefan ter Horst, student en Sonja Teuben, student Academie voor Sociale Studies Hanzehogeschool Groningen

Een Associate degree is een deel-hbo-opleiding. Het is een nieuw type hbo waarmee      in twee jaar tijd een wettelijk erkend hbo-diploma behaald kan worden. 
Met de Associate degree Ervaringsdeskundige in de Zorg, een deeltijd opleiding, kan  aan het werk gegaan worden instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingszorg:
• als coach voor herstelwerkgroepen;
• in woonbegeleiding, trajectbegeleiding of activiteitenbegeleiding;
• in rehabilitatietrajecten;
• in (F)ACT-teams;
• als mentor in klinieken;
• rond dwangmaatregelen en in voorlichtingsprogramma’s;
• als kwaliteitstoetser, onderzoeker, trainer, consulent en beleidsadviseur.
Daarnaast zijn er ook mogelijkheden in het kader van de WMO wetgeving bv. als
ervaringsdeskundige werken bij een zorgloket, het voeren van zogenaamde
‘Keukentafelgesprekken’ etc.
Zelf ervaring hebben als cliënt binnen de GGZ of verslavingszorg is een van de
voorwaarden om toegelaten te kunnen worden.
De opleiding, geïnitieerd door het lectoraat Rehabilitatie en Herstel van de
Hanzehogeschool te Groningen, is in september 2011 gestart en de eerste lichting
studenten staan aan de vooravond van de diploma uitreiking. In de presentatie geven we een beeld van de eerste twee jaren van de opleiding. Een leerproces voor zowel docenten als studenten. De inhoud van de opleiding maar ook de wisselwerking met de (soms weerbarstige) praktijk komen beide
aan de orde.
 
(Korte) algemene introductie over vervolgens komen de ervaringen van studenten, vanuit 2 verschillende perspectieven, interactie met de zaal d.m.v. uitwisseling en vragen.